Chaos en onzekerheid over het M-decreet

De Vlaamse regering creëert chaos met een decreet dat aan alle kanten rammelt en bovendien en een onhaalbare timing oplegt. Ouders, leerkrachten en directies leven in complete onzekerheid.  

We zien volgende vijf knelpunten: 

  1. Meer samenwerking over de onderwijsnetten en binnen één regio is nodig voor het efficiënt inzetten van middelen. Nu is een heel getouwtrek bezig, de verschillende onderwijsnetten organiseren elk hun eigen ondersteuningsteams. Het betekent dat goede samenwerkingen worden stopgezet. Een GON-begeleider die een persoonlijke band heeft opgebouwd met kinderen uit een bepaalde school zal die band verliezen en nieuwe contacten moeten leggen in zijn nieuwe scholen. Voor de handicapspecifieke expertise die niet aanwezig is, kijken de onderwijsnetten binnenkort eerst interregionaal, eerder dan te kijken welke expertise aanwezig is in de zelfde regio bij andere netten. Voor de betrokken kinderen en ouders zijn dit vaak persoonlijke drama's. Het is ook bijzonder inefficiënt. 
  2. Veel leerkrachten zijn enthousiast om in een ondersteuningsnetwerk te werken. Ze kunnen solliciteren bij de stuurgroep. Er lopen al heel wat sollicitaties binnen. Er zijn echter nog veel vragen en onduidelijkheid over de statuten. Men weet nog niet hoeveel uren en vacatures er zijn. Tegelijk zitten de mensen van het buitengewoon onderwijs echt met de handen in het haar: veel van hun beste mensen vertrekken, zij verliezen expertise en blijven nochtans over met kinderen met zeer complexe problematieken. Bovendien is het nog onduidelijk wanneer zij gaan weten wie bij hen vertrekt en welke gaten ze dus gaan moeten opvullen tegen 1 september.
  3. Ouders vragen zich af of hun kind nog individuele ondersteuning zal krijgen. Het nieuwe ondersteuningsmodel moet vooral inzetten op competentie-ontwikkeling voor leerkrachten en ondersteuning op de klasvloer. Voor heel wat kinderen met een complexe beperking blijft leerlinggebonden ondersteuning, dus 1 op 1-werking, cruciaal. 
  4. De ondersteuning wordt toegekend door een stuurgroep. Deze wordt samengesteld uit afgevaardigden uit het gewoon en het buitengewoon onderwijs, uit het CLB en de pedagogische begeleidingsdienst. Zij filteren alle aanvragen, en vormen het zorgloket, een soort toegangspoort. Voor ouders en leerkrachten is geen formele inspraak voorzien. Kennen zij de kinderen niet het best? Zullen sterkere mondige ouders niet opnieuw de beste hulp kunnen afdwingen?
  5. Deze manier van werken garandeert onzekerheid. Wij vrezen dat er heel snel wachtlijsten voor ondersteuning zullen zijn. Na de wachtlijsten voor de zorg, nu ook wachtlijsten in het onderwijs?

 

Het is jammer dat ouders, leerkrachten en directies niet met een gerust gemoed de vakantie in kunnen. Elk kind moet de de zorg en ondersteuning krijgen waar het recht op heeft. Jammer genoeg faalt de Vlaamse overheid in deze opdracht. 

Tags: 

Datum agenda: 

vrijdag, juni 30, 2017