Het OD&B-stort te Ronse-Maarkedal roept bij velen vragen op!

Schriftelijke vraag van Elisabeth Meuleman tot Joke Schauvliege,
Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, over de aanleg en
exploitatie van een categorie 2-stortplaats voor niet-gevaarlijke, niet
reinigbare sedimenten te Ronse

Het instrument van de milieueffectrapportage is bedoeld om de
doelstellingen en beginselen van het milieubeleid te helpen realiseren.
Vanuit het voorzorgsbeginsel worden voorgestelde activiteiten of
ingrepen onderzocht op hun milieugevolgen. Het is immers beter om de
voor het milieu schadelijke activiteiten (plannen en projecten) vanaf
een vroeg stadium in de besluitvorming te ondervangen en bij te sturen.
Via een gedegen milieueffectrapportage kan een daadwerkelijk preventief
milieubeleid gevoerd worden.

Met de publicaties van het MER-decreet en de bijhorende
uitvoeringsbesluiten is de mogelijkheid ontstaan dat initiatiefnemers
een ontheffing van de MER-plicht kunnen krijgen.

Op 5 januari 2009 diende de firma OB&D uit Wevelgem een
ontheffingsdossier in omtrent de geplande overschakeling van een
stortplaats categorie 3 voor inerte afvalstoffen naar de aanleg en
exploitatie van een categorie 2-stortplaats voor niet-gevaarlijke,
niet-reinigbare sedimenten. Deze stortplaats - een voormalige
zandgroeve die opnieuw opgevuld wordt - ligt op de grens van Ronse en
Maarkedal. Deze stortplaats is gelegen vlakbij een op de biologische
waarderingkaart als zeer waardevol bosgebied ingekleurd gebied. De
omgeving van de groeve ten noorden en ten zuiden is opgenomen in het
Vlaams Ecologisch Netwerk en aangeduid als een Natura 2000-gebied.
Volgens de landschapsatlas ligt het gebied in de ankerplaats
“Muziekbos-Koekamerbos”. Het gebied is ook toeristisch belangrijk, met
wandel- en fietsroutes in de onmiddellijke omgeving. In april 2009 werd
aan genoemde firma een MER-ontheffing verleend “voor een termijn van
vier jaar, mits rekening wordt gehouden met de voorgestelde milderende
maatregelen en de in de ontheffingsaanvraag en in dit verslag (ontheffingsbeslissing) aangereikte elementen”.

Hierbij graag antwoord op volgende vragen:

  1. over welke sedimenten gaat het hier? Wat wordt feitelijk bedoeld
    met niet-gevaarlijke, niet-reinigbare sedimenten? Valt ook bv.
    rivierslib en grond van saneringscentra hieronder? Zo ja, kan
    aangetoond worden dat die sedimenten inderdaad geen gevaar inhouden
    voor milieu en gezondheid?
  2. kan met zekerheid aangetoond worden dat de omvorming van een
    categorie 3 naar een categorie 2-stortplaats geen noemenswaardige extra
    hinder zal veroorzaken voor omwonenden en recreanten. Dat de
    leefomstandigheden en de toeristische waarde van het gebied dus niet
    zullen beïnvloed worden door deze beslissing? Welke concrete milderende
    maatregelen zullen daarvoor door de exploitant worden genomen?
  3. welke afsluiting is er voorzien bij de uitbating van deze stortplaats?
  4. hoe zal er voor gezorgd worden dat het geplande groenscherm voldoende groot en effectief is op het moment van de ontginning?
  5. de inrichting is in het gewestplan Oudenaarde gelegen in een
    ontginningsgebied met nabestemming bosgebied, eigen aan de Vlaamse
    Ardennen. Aanplanting van diepwortelende bomen boven stortvak 2 met
    o.m. zomereik en gewone es, werden voorzien in het inrichtingsplan. Kan
    de minister bevestigen dat het bestaande natuurontwikkelingsplan
    ongewijzigd blijft?

21 augustus 2009

Elisabeth Meuleman

Vlaams Volksvertegenwoordiger

Tags: