Buitengewoon onderwijs is te gewoon geworden

De cijfers zijn schokkend. Terwijl er in Noorwegen 4% van de jongeren met speciale onderwijsbehoeften onderwijs volgt in scholen Buitengewoon Onderwijs zijn er dat in Vlaanderen 85%. Terwijl er in Noorwegen in totaal 0,9% van de kinderen in het Buitengewoon Onderwijs school loopt, in het Verenigd Koningrijk 1,2% en in Nederland 2,7% zijn er dat in Vlaanderen 5,3%. Dat maakt het Centrum voor Sociaal Beleid bekend. “Het aantal leerlingen dat in aparte scholen wordt ondergebracht, is in Vlaanderen historisch hoog. Van alle 11-jarige jongens in Vlaanderen zit bijna 10 procent in het Buitengewoon Lager Onderwijs,” zegt Groen parlementslid Elisabeth Meuleman. “De oriëntering van kinderen naar het Buitengewoon Onderwijs gebeurt ook alsmaar vroeger. De laatste 10 jaar is het percentage kinderen dat al na het kleuteronderwijs wordt doorverwezen, verdubbeld.

Het verbaast Groen dat het beleid - ondanks deze cijfers - niet in beweging komt. In 1994 maakte het Algemeen Verslag over de Armoede al gewag van de problematische doorwijzing van heel wat jongeren naar het Buitengewoon Onderwijs. “Twintig jaar later is er echter niet veel veranderd, met uitzondering van de omvang van het probleem. Het is groter dan ooit. In Vlaanderen is het onderwijssysteem voor jongeren met specifieke leerbehoeften geëvolueerd van het aanbod van een extra klasje voor kinderen met specifieke leernoden naar een bijkomend, autonoom onderwijssysteem. Dat onderwijssysteem neemt vandaag stilaan verontrustende proporties aan. Er bestaan wel mogelijkheden om samen te werken met het gewone onderwijs, via het geïntegreerde onderwijs, maar de schotten blijven veel te hoog waardoor deze samenwerking in de praktijk zeer beperkt blijft,” aldus Meuleman.

Waarom is het aanbod aan Buitengewoon Onderwijs zo groot? De onderzoekers wijzen op verschillende oorzaken. Ten eerste worden de scholen gesubsidieerd op basis van het aantal ingeschreven kinderen. Hoe meer kinderen doorverwezen worden naar het Buitengewoon Onderwijs, hoe meer geld de scholen in kwestie ermee verdienen. Het uit zijn voegen barstende Buitengewoon Onderwijs kost Vlaanderen dan ook handen vol geld. Ten tweede ontbreekt aangepast en betaalbaar vervoer. In Noorwegen, Verenigd Koningrijk en Nederland wordt het vervoer voor kinderen met speciale onderwijsnoden terugbetaald, ongeacht of zij naar een gewoon school gaan of naar het Buitengewoon Onderwijs. In Vlaanderen is dat niet het geval. Kinderen met speciale onderwijsnoden worden alleen geholpen bij hun vervoer indien zij school lopen in het Buitengewoon Onderwijs. Dit is compleet onlogisch en ontmoedigt de keuze voor inclusief onderwijs sterk. Tot slot is er in Vlaanderen een sterke traditie van doorverwijzingen via het CLB. Ouders staan niet sterk genoeg in hun schoenen om met die traditie te breken. Ze vinden ook weinig steun bij de gewone scholen, die door gebrek aan middelen en ondersteuning vaak een gebrek aan draagkracht aangeven voor het opnemen van kinderen met bijzondere onderwijsbehoeften.

Het is al langer geweten dat kinderen uit sociaal en economisch zwakkere gezinnen eerder dan kinderen uit andere gezinnen in de richting van buitengewoon onderwijs worden gedreven. “Kiezen voor inclusief onderwijs vergt nu financiële middelen van de ouders omdat de overheid het nu niet mogelijk maakt dat middelen nodig voor een goede begeleiding van een kind in het Buitengewoon Onderwijs evengoed in het regulier onderwijs kunnen worden gebruikt. Maar wanneer 'gekozen' wordt voor buitengewoon onderwijs omwille van de (betaalbare) omkadering die in het gewoon onderwijs achterwege blijft, is dat wrang en ontoelaatbaar. Voor sommige kinderen is de keuze voor gewoon onderwijs gewoon beter. Volgens de internationale verdragen die Vlaanderen heeft ondertekend, hebben die leerlingen recht op inclusief onderwijs.”

“Dat het decreet leerzorg deze legislatuur werd begraven, is een erge mislukking,” vindt Elisabeth Meuleman. “Maar laat ons niet bij de pakken blijven zitten. Onderwijsactoren, vakbonden en politieke verantwoordelijken zijn volgens internationale richtlijnen maar ook aan zichzelf verplicht om gelijke kansen te creëren voor alle leerlingen, ook voor hen met specifieke leernoden. Met een resolutie in het Vlaams Parlement zal Groen voorstellen om opnieuw een gezamenlijk initiatief te nemen. Met een dubbel streefdoel: het bepalen van een beter evenwicht tussen de rol van het gewoon en het buitengewoon onderwijs en tegelijkertijd een grote stap vooruit te zetten naar inclusief onderwijs.”

Tags: